ECLI:NL:RBUTR:2012:BY6863
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling vordering en rente na ontbinding vennootschap onder firma
Eiser en gedaagde waren vennoten in een vennootschap onder firma (VOF) die op 1 januari 2004 werd ontbonden. Na ontbinding zette eiser zijn werkzaamheden voort onder een eenmanszaak, evenals gedaagde onder een andere naam. Partijen maakten afspraken over de financiële afwikkeling van de ontbonden VOF, waarbij gedaagde een schuld erkende van € 22.597,00 en later een overeenkomst tekende waarin een schuld van circa € 55.134,18 werd bevestigd.
Eiser vorderde betaling van in totaal € 92.674,93, bestaande uit hoofdsom, handelsrente en kosten. Gedaagde voerde verweren aan waaronder nietigheid dagvaarding, onbekendheid met vorderingen, verjaring en rechtsverwerking. De rechtbank verwierp deze verweren omdat gedaagde de schuld had erkend, de verjaring was gestuit door sommatiebrieven en de overeenkomst van 2009, en er geen sprake was van rechtsverwerking.
De rechtbank oordeelde dat over de schuld uit de ontbindingsafspraken geen handelsrente verschuldigd was, maar wel wettelijke rente vanaf 23 december 2011. Over de facturen voor montagewerkzaamheden was handelsrente verschuldigd vanaf 30 dagen na factuurdatum. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende specificatie.
Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsommen, de rente conform wettelijke bepalingen en de proceskosten van eiser. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de erkende schuld en rente, met afwijzing van buitengerechtelijke incassokosten.