ECLI:NL:RBUTR:2012:BY6921
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W.G. de Beer
- E.A.A. Kalveen
- P.P.C.M. Waarts
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij geweld en diefstal
Op 27 november 2012 vond de inhoudelijke behandeling plaats van de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van diefstal met geweld en deelname aan een groep die geweld pleegde. De officier van justitie achtte alleen het subsidiaire feit van opzetheling wettig bewezen, gebaseerd op een verklaring van het broertje van verdachte en aanwezigheid in een discotheek.
De verdediging betoogde dat er geen bewijs was dat verdachte daadwerkelijk op de plaats van het incident aanwezig was, wijzend op het ontbreken van herkenning door getuigen en de vaagheid van foto’s. De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, mede omdat verdachte ontkende aanwezig te zijn en alleen het broertje hem noemde.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen omdat de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen waren. De rechtbank bepaalde dat deze vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.