ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7503
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging Europese executoriale titel op grond van artikel 23 EET-verordening
De zaak betreft een geschil tussen [bedrijf 1], eiseres, en [bedrijf 2], gedaagde, over de tenuitvoerlegging van een Europese executoriale titel (EET) die betrekking heeft op een notariële akte gewaarmerkt door een Slowaakse rechtbank.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de executie van de EET in Slowakije, waarbij de Slowaakse executierechter het bezwaar grotendeels gegrond heeft verklaard. Desondanks wilde gedaagde de executie voortzetten voor een aanzienlijk bedrag, wat door de rechtbank als misbruik van recht werd aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 23 EET Pro-verordening opschorting van de tenuitvoerlegging gerechtvaardigd is vanwege de buitengewone omstandigheden. De vordering van eiseres om de tenuitvoerlegging te schorsen werd daarom toegewezen, met een dwangsom voor gedaagde bij overtreding van het bevel.
Daarnaast werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: De rechtbank schorst de tenuitvoerlegging van de Europese executoriale titel en veroordeelt gedaagde in de proceskosten.