ECLI:NL:RBZLY:2004:AQ7879
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- C.M.M. Hoogland-Kelkboom
- Rechtspraak.nl
Procedurele gevolgen van faillissement werkgever bij loonvordering voor en na faillissement
De kantonrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een kort geding waarin eiser betaling van loon vorderde over de periode van 25 maart 2004 tot en met juli 2004, inclusief het restant bij einde dienstverband op 1 augustus 2004. Eiser stelde dat het ontslag op staande voet van 25 maart 2004 onterecht was en dat het dienstverband pas op 1 augustus 2004 eindigde met toestemming van de Centrale organisatie werk en inkomen.
Op 28 juni 2004 werd het faillissement van de werkgever Van Duijnen Beheer B.V. uitgesproken, waarna de curator stelde dat het geding geschorst moest worden. De kantonrechter oordeelde dat de vordering tot het faillissementsmoment (28 juni 2004) inderdaad geschorst is en dat eiser zijn vordering moet aanmelden ter verificatie volgens artikel 26 Faillissementswet Pro.
Voor de loonbetaling na faillissement geldt dat deze een boedelschuld is op grond van artikel 40 lid 2 Faillissementswet Pro. De kantonrechter bepaalde dat eiser binnen twee weken moet aangeven of hij de curator in het geding wil roepen om de procedure voort te zetten, anders kan hij de procedure buiten bezwaar van de boedel voortzetten. De verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: De procedure is geschorst voor loonvordering tot faillissementsdatum; eiser moet binnen twee weken aangeven of curator in het geding wordt geroepen.