3.
Hoewel [verweerder] heeft gesteld dat hij niet wist dat hij ter gelegenheid van zijn bezoek aan de Arbo-arts op 9 juli 2004 met ingang van 16 augustus 2004 (na de bouwvak) weer hersteld was verklaard, dient die stelling als onaannemelijk te worden gepasseerd.
Uit de overgelegde stukken (geheten: Copie medische gegevens dhr [verweerder], 18160244) en de brief van de Arbo-arts d.d. 23 augustus 2004 volgt, dat de Arbo-arts op 9 juli 2004 aan [verweerder] heeft meegedeeld dat hij met ingang van 16 augustus weer volledig arbeidsge-schikt werd geacht.
Vaststaat dat [verweerder] zich niet op 16 augustus 2004 voor werkhervatting noch zich ziek heeft gemeld, zodat hij op die dag ongeoorloofd afwezig was.
Eerst op 19 augustus 2004 te 13.09 uur (en dus niet voor 08.30 uur zoals de regel naar [verweerder] bekend is bij [verzoeker] luidt) heeft [verweerder] zich middels een SMS-bericht bij Von-der ziek gemeld nadat hij, blijkens zijn brief aan [verzoeker] d.d. 19 augustus 2004, op 17 augus-tus 2004 een brief van [verzoeker], gedateerd 16 augustus 2004, had ontvangen waarin hem de schorsing van de loonbetaling ingaande 16 augustus 2004 wegens ongeoorloofde afwezigheid was meegedeeld en nadat tussen partijen op 18 augustus 2004 telefonisch contact was geweest, over de inhoud van welk contact partijen overigens van mening verschillen.
Overigens is onbegrijpelijk waarom [verweerder] zich niet terstond nadat hij de bewuste brief van [verzoeker] op 17 augustus 2004 had ontvangen bij [verzoeker] voor werkhervatting heeft ge-meld, omdat [verweerder] stelt dat hij sowieso van plan was op 18 augustus 2004 het werk te hervatten.
4.
Daarvóór, te weten op 7 juni 2004 had [verweerder] zich ook niet voor werkhervatting bij [naam] gemeld, hoewel met hem blijkens de Copie medische gegevens op 27 mei 2004 was afgesproken dat hij op 7 juni 2004 zijn werk zou hervatten.
Evenmin heeft hij zich op 7 juni 2004 bij [verzoeker] (weer) ziek gemeld.
Hoewel achteraf kan worden vastgesteld dat op 7 juni sprake was van een voortdurende arbeidsongeschiktheid ten gevolge van letsel opgelopen bij een aanrijding op 25 mei 2004, heeft [verweerder] derhalve ook op 7 juni 2004 zijn plichten verzaakt.
Zijn stelling dat hij niet wist dat hij met ingang van 7 juni 2004 hersteld was verklaard is wederom onaannemelijk omdat zijn wetenschap daaromtrent volgt uit bedoelde Copie medische gegevens. Volgens bedoeld stuk heeft een medewerker van de Arbodienst (W. van der Tuuk) op 27 mei 2004 zowel met [verweerder] als met [verzoeker] telefonisch contact gehad en is met beiden over “Werkhervatting 7 juni” gesproken. [verzoeker] wist wel dat [verweerder] per 7 juni 2004 hersteld was verklaard en mede daarom is onaannemelijk dat [verweerder] dat niet wist.