ECLI:NL:RBZLY:2004:AR7488
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontbreken strafbaarstelling afvalstoffenverordening
De verdachte werd ten laste gelegd dat zij op 13 oktober 2003 in de gemeente Deventer huishoudelijk afval niet op de voorgeschreven wijze aan de inzameldienst had aangeboden, namelijk in huisvuilzakken in plaats van de gemeentelijke container. Dit gedrag werd bewezen verklaard als strijdig met artikel 4.2.2.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Deventer uit 1994.
De APV bevatte een algemene strafbepaling in artikel 6, maar het specifieke verbod op afvalstoffen was niet uitdrukkelijk als strafbaar feit aangeduid. De Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten waren gewijzigd per 8 mei 2002, waarbij strafbaarstelling afhankelijk werd van expliciete aanduiding als strafbaar feit in de lokale verordening. De APV van Deventer was echter niet aangepast en voldeed niet aan deze eis.
De rechtbank oordeelde dat het bewezen gedrag niet strafbaar was omdat de lokale wetgever het niet als strafbaar had aangeduid. Daarom werd de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De officier van justitie had een geldboete gevorderd, maar dit werd verworpen omdat de wettelijke voorwaarden voor strafbaarheid ontbraken.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontbreken van strafbaarstelling.