ECLI:NL:RBZLY:2004:AR8205

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
13 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
259106 ER 04-48
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:184 lid 2 BWArt. 4:209 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding verzoek tot opheffing vereffening nalatenschap wegens onduidelijkheid huurwoning

De kantonrechter te Zwolle-Lelystad behandelde een verzoek tot opheffing van de vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap. De baten van de nalatenschap bedroegen €926,08, terwijl de schulden inmiddels opliepen tot €3.921,13, waaronder een preferente schuld voor begrafeniskosten van €1.397. De huur van de woning van de erflater was nog niet opgezegd, hetgeen de kantonrechter aanleiding gaf om het verzoek aan te houden.

De kantonrechter benadrukte dat het de taak van de vereffenaars is om het oplopen van schulden te beperken, zeker wanneer het saldo van de nalatenschap onvoldoende lijkt om alle schuldeisers te voldoen. De door de erfgenamen opgegeven reden om de huur voort te zetten, vanwege onduidelijkheid over de waardeloze inboedel, werd niet overtuigend bevonden.

Voorts wees de rechter op artikel 4:184 lid 2 onder Pro d BW, dat vereffenaars kan verplichten een schuld uit eigen vermogen te voldoen indien zij ernstig en verwijtbaar tekortschieten. Daarom werd het verzoek tot opheffing aangehouden totdat duidelijk is gemaakt dat en tegen welke datum de huur is opgezegd.

Uitkomst: Verzoek tot opheffing van de vereffening wordt aangehouden totdat ondubbelzinnig is aangetoond dat en wanneer de huur van de woning is opgezegd.

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E – L E L Y S T A D
sector kanton – locatie Zwolle
zaaknr.:259106 ER 04-48
datum: 13 december 2004
BESCHIKKING OP EEN VERZOEK TOT OPHEFFING VAN DE VEREFFENING
ingediend door
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
gemachtigde Mr. M.R. van Weert, werkzaam bij notaris mr. P.J. Bosch te Steenwijk
met betrekking tot de nalatenschap van:
[Erflater], geboren te [gemeente] op [datum],
overleden op [datum] en laatst gewoond hebbend te [gemeente].
De procedure
Op 8 december 2004 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift namens alle erfgenamen van erflater, strekkende tot opheffing van de vereffening van de door hen beneficiair aanvaarde nalatenschap, met opgave van de baten en de nog oplopende schulden van de nalatenschap.
De beoordeling
1.
Uit het overzicht in het verzoekschrift blijkt dat de baten van de nalatenschap € 926,08 bedragen en dat de schulden thans al € 3921,13 belopen, terwijl de huur van de woning nog niet is opgezegd.
2.
Hoewel tot de schulden tenminste één preferente schuld behoort (nl. aan de gemeente [gemeente] voor de begrafeniskosten van € 1397) die al hoger is dan de baten van de nalatenschap, zal de kantonrechter niet tot opheffing van de vereffening overgaan alvorens komt vast te staan dat de huur van de woning van erflater is opgezegd. Het is immers ook de taak van de vereffenaars om het oplopen van schulden van de nalatenschap te beperken, indien aannemelijk is dat het saldo al niet voldoende is om de concurrente schuldeisers van de nalatenschap volledig te voldoen. In het onderhavige geval lijkt er voor die concurrente crediteuren zelfs niets te verdelen.
De reden die de erfgenamen opgeven voor het doorlopen van de huur (namelijk dat nog niet duidelijk is wat met de waardeloze inboedel moet gebeuren), overtuigt geenszins.
De kantonrechter wijst de vereffenaars op art. 4:184 lid 2 onder Pro d BW, waarin is bepaald dat de vereffenaar die ernstig en verwijtbaar tekortschiet bij zijn taak als vereffenaar, een schuld van de nalatenschap mogelijk uit eigen vermogen moet voldoen.
3.
De kantonrechter zal het verzoek daarom aanhouden totdat zij bericht heeft ontvangen waaruit ondubbelzinnig blijkt dat en tegen welke datum de huur van de woning is opgezegd.
De beslissing
De kantonrechter:
- houdt eindbeslissing op het verzoek aan totdat de kantonrechter bericht heeft ontvangen waaruit ondubbelzinnig blijkt dat en tegen welke datum de huur van de woning is opgezegd.
Aldus gegeven door mr. M.E.L. Fikkers, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 13 december 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.