ECLI:NL:RBZLY:2004:AR8599
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit over fictieve opzegtermijn WW-uitkering op grond van Flexwet
Eiser, een journalist met een dienstverband van meer dan vijftien jaar, diende een WW-uitkering aan na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst. Verweerder (UWV) stelde een fictieve opzegtermijn van vijf maanden vast, waardoor eiser geen recht op WW-uitkering kreeg. Eiser betwistte dit en stelde dat de opzegtermijn volgens de Flexwet en de toepasselijke CAO korter was.
De rechtbank overwoog dat per 1 januari 1999 de Flexwet van kracht is, waarbij de wettelijke opzegtermijnen gelden en individuele afwijkingen die in strijd zijn met de wet nietig zijn. Het individuele beding van drie maanden wederzijdse opzegtermijn uit 1979 is daarmee niet langer geldig. De CAO voor dagbladjournalisten bepaalt een wederzijdse opzegtermijn van twee maanden, welke van toepassing is.
De rechtbank concludeerde dat verweerder ten onrechte het oude individuele beding heeft betrokken bij de berekening van de fictieve opzegtermijn en dat de opzegtermijn volgens de CAO moet worden gehanteerd. Het besluit van verweerder werd vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek om renteschade werd niet toegewezen, maar kan worden meegenomen in een nieuw besluit.
Uitkomst: Het besluit van het UWV over de fictieve opzegtermijn wordt vernietigd en het beroep van eiser wordt gegrond verklaard.