ECLI:NL:RBZLY:2004:AR8670
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.M. Heeregrave
- H.F.J.M. Schröder
- C.W. van Kooten
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van voorwaardelijk opzet bij brandstichting met plastic krat
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 23 december 2004 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van brandstichting door het gooien van een plastic krat op het dak van een sportcomplex. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf en een schadevergoeding voor de benadeelde partij, de Gemeente Kampen.
Tijdens de zitting verklaarden verdachte en getuigen dat er geen oogmerk was om brand te stichten en dat hierover geen plannen waren gemaakt. De rechtbank onderzocht of er sprake was van voorwaardelijk opzet, waarbij verdachte zich bewust zou hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans op brand. Gezien de omstandigheden, waaronder het regenachtige weer en het ontbreken van zichtbare vlammen op het moment van het gooien, oordeelde de rechtbank dat dit niet bewezen kon worden.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van opzet, maar van bewuste schuld, hetgeen niet ten laste was gelegd. Daarom werd verdachte vrijgesproken. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en werd verwezen naar de burgerlijke rechter voor eventuele schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van voorwaardelijk opzet op brandstichting.