ECLI:NL:RBZLY:2005:AS3935
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.E. Bins-van Waegeningh
- G. Blomsma
- G.J.J.M. Essink
- Rechtspraak.nl
Tussenbeslissing in zaak mensenhandel, vrijheidsberoving en verkrachting met onderzoek geestvermogens verdachte
De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 27 januari 2005 een tussenbeslissing genomen in een strafzaak tegen verdachte, die wordt verdacht van ernstige misdrijven waaronder mensenhandel, wederrechtelijke vrijheidsberoving en verkrachting. De feiten vonden plaats tussen februari en april 2004 in Almere, Kraggenburg en Brussel. De rechtbank acht de tenlasteleggingen bewezen op basis van verklaringen van slachtoffers, verdachten en ondersteunend fotomateriaal.
Verdachte wordt onder meer verweten slachtoffers onder dwang en geweld vast te houden, hen te dwingen tot seksuele handelingen met derden tegen betaling, en deel te nemen aan een criminele organisatie gericht op mensenhandel en diefstal. De rechtbank heeft de verklaringen van de slachtoffers als betrouwbaar beoordeeld, mede door de opvallende overeenkomsten en bevestiging door medeverdachten. Ook is vastgesteld dat verdachte een hoofdrol speelde in de organisatie en uitvoering van de feiten.
De rechtbank heeft echter nog geen einduitspraak kunnen doen omdat het gedragskundig onderzoek naar de geestvermogens van verdachte ontbreekt. Verdachte weigerde mee te werken aan een dergelijk onderzoek, terwijl dit noodzakelijk is om te bepalen of hij ter beschikking gesteld moet worden met een bevel tot verpleging. De rechtbank heeft daarom het onderzoek heropend en geschorst, en verzocht om aanvullende rapporten van gedragsdeskundigen op basis van eerdere Belgische interneringsstukken en observaties in het Pieter Baan Centrum.
De zaak wordt voorlopig geschorst totdat deze aanvullende informatie beschikbaar is, waarna het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat. De rechtbank acht het belang van veiligheid van derden en de ernst van de feiten zwaarwegend bij het verzoek om nader onderzoek naar de toerekeningsvatbaarheid van verdachte.
Uitkomst: De rechtbank verklaart verdachte schuldig maar schorst de uitspraak vanwege ontbrekend gedragskundig onderzoek en heropent het onderzoek.