ECLI:NL:RBZLY:2005:AS7263
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Effectenleaseovereenkomst en vergunningplicht kredietverlening onder de WCK
In deze zaak vordert Dexia betaling van een eindafrekening en rente van [gedaagde] op grond van een effectenleaseovereenkomst, het product “WinstVerDriedubbelaar”. De overeenkomst houdt in dat Dexia geld leent aan [gedaagde] waarmee aandelen worden gekocht, en dat [gedaagde] rente betaalt en het geleende bedrag terugbetaalt.
[gedaagde] betwist de vordering en voert onder meer aan dat de overeenkomst nietig is omdat zijn echtgenote geen toestemming gaf, dat Dexia regels uit de Nadere Regeling Toezicht Effectverkeer heeft geschonden, en dat sprake is van misleiding en dwaling. Verzoeken tot aanhouding van de procedure in afwachting van andere procedures worden afgewezen.
De kantonrechter overweegt dat de overeenkomst onder de definitie van krediettransactie valt volgens de Wet op het consumentenkrediet (WCK). Artikel 9 WCK Pro verbiedt kredietverlening zonder vergunning. Omdat niet is gesteld of gebleken dat Dexia of haar rechtsvoorganger over een vergunning beschikte ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, wordt de zaak verwezen naar de rol om Dexia in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren over het al dan niet beschikken over een vergunning.
De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 2 maart 2005 voor nadere uitlating door Dexia over de vergunning. De kantonrechter wijst de overige verzoeken af en neemt de zaak in behandeling op basis van de vastgestelde feiten en ingediende conclusies.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere bewijslevering over de vergunning van Dexia.