ECLI:NL:RBZLY:2005:AS7264
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over aandelenleaseovereenkomsten en vergunningplicht kredietverlening
De zaak betreft een geschil tussen Dexia Bank Nederland N.V. en een consument over twee aandelenleaseovereenkomsten gesloten in april 2000. Dexia vordert betaling van openstaande bedragen en rente, terwijl de consument stelt dat de overeenkomsten vernietigbaar zijn wegens het ontbreken van medeondertekening door zijn echtgenote en onvoldoende informatie over financiële risico's. Tevens vordert hij terugbetaling van betaalde bedragen en verwijdering van negatieve BKR-registraties.
De rechtbank stelt vast dat de overeenkomsten krediettransacties zijn in de zin van de Wet op het consumentenkrediet (WCK). De kantonrechter overweegt dat aandelenleaseconstructies niet onder de uitzondering van effectenbelening vallen en dat de WCK van toepassing is. Volgens art. 9 WCK Pro is kredietverlening zonder vergunning verboden. Omdat niet is gesteld of Dexia over een dergelijke vergunning beschikte ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten, wordt de zaak verwezen naar de rol om Dexia in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren over het bezit van een vergunning.
De rechtbank wijst verder op de noodzaak van nadere bewijslevering en stelt de zaak voor op 2 maart 2005. De uitspraak is gedaan door kantonrechter Manders op 2 februari 2005.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de rol om Dexia in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren over het bezit van een kredietverleningsvergunning.