ECLI:NL:RBZLY:2005:AT3102
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheden executeur bij verkoop nalatenschappand zonder toestemming erfgenamen
De zaak betreft een verzoek van een executeur die benoemd is in het testament van de overledene, tevens curator van een onder curatele gestelde erfgenaam. De executeur verzocht om machtiging voor de verkoop van een pand behorende tot de nalatenschap, waarin de overledene zelf woonde en dat tevens verhuurd werd aan kamerbewoners.
Het testament bevatte geen bepaling die de executeur verplichtte om voorafgaande toestemming van de erfgenamen te verkrijgen voor de vervreemding van goederen. De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 4:147 lid 1 BW Pro de executeur geen voorafgaande toestemming van de erfgenamen behoeft voor verkoop van het pand, vooral omdat de kosten van het pand hoger zijn dan de opbrengst en het te gelde maken van het pand noodzakelijk is voor de voldoening van schulden van de nalatenschap.
Verder werd overwogen dat overleg met de onder curatele gestelde erfgenaam niet mogelijk is en dat de wet niet voorschrijft dat in zo’n geval vervangend overleg met de kantonrechter noodzakelijk is. Het feit dat de executeur tevens curator is van deze erfgenaam verandert hier niets aan.
De kantonrechter verklaarde het verzoek van de executeur tot machtiging tot verkoop daarom niet ontvankelijk. Wel blijft de verplichting bestaan om de uiteindelijke akte van verdeling ter goedkeuring aan de kantonrechter voor te leggen.
Uitkomst: De executeur wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om machtiging tot verkoop van het nalatenschappand.