ECLI:NL:RBZLY:2005:AU4285
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Zomer
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat testament uit 1988 geen rechten verleent na beëindiging relatie en huwelijk erflaatster
In deze civiele zaak stond centraal of de bewoordingen van het testament van 27 april 1988 duidelijk waren en als verklaring van de uiterste wil van de erflaatster konden worden opgevat. De erflaatster had haar toenmalige partner benoemd als erfgenaam, maar de relatie was in 1991 beëindigd en zij was later getrouwd met eiser [A].
De rechtbank stelde vast dat het testament was opgesteld tijdens een affectieve relatie tussen de erflaatster en [B], de toenmalige partner. Na beëindiging van deze relatie en diverse financiële afwikkelingen, waaronder de verkoop van een gezamenlijke woning en een vaststellingsovereenkomst, was er geen sprake meer van een affectieve relatie of openstaande financiële verplichtingen.
De rechtbank concludeerde dat het testament niet bedoeld was voor de situatie bij het overlijden van de erflaatster, die inmiddels getrouwd was met [A]. Het testament was onduidelijk in het licht van de gewijzigde omstandigheden en de erflaatster had niet de bedoeling gehad dat [B] na het verbreken van de relatie en haar huwelijk met een ander zou erven.
Daarom kon [B] geen rechten meer ontlenen aan het testament. De vordering van [A] werd toegewezen en die van [B] afgewezen. [B] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat [B] geen rechten kan ontlenen aan het testament van 1988 en wijst de vordering van [A] toe.