ECLI:NL:RBZLY:2005:AU5729
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet na werkweigering wegens vermeende seksuele intimidatie niet onrechtmatig
Eiseres was in dienst bij de Bank en voelde zich bedreigd door het gedrag van een collega, waarop mediation plaatsvond en excuses werden aangeboden. Na ziekte en arbeidsgeschiktheid hervatte zij haar werk, maar vertoonde spanningen en verzuimde meerdere oproepen van de Bank en de Arbo-dienst om te verschijnen en te communiceren over haar situatie.
De Bank stelde haar meerdere keren schriftelijk en telefonisch op de hoogte van haar verplichtingen en waarschuwde voor ontslag bij niet-naleving. Eiseres verscheen niet op de afgesproken data en gaf geen duidelijke reden voor haar afwezigheid, waarop de Bank haar ontsloeg op staande voet.
De kantonrechter stelt vast dat de Bank adequaat heeft gereageerd op de klachten van eiseres en dat zij voldoende pogingen heeft gedaan om tot een oplossing te komen, waaronder mediation en het creëren van een fysieke scheiding op de werkplek. Het gedrag van de collega vormt geen geldige reden om niet te werken.
Verder is vastgesteld dat eiseres tijdig is opgeroepen en dat zij naliet te verschijnen, waardoor de Bank terecht het ontslag op staande voet heeft gegeven. De vordering van eiseres tot loonbetaling en wedertewerkstelling wordt daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet van eiseres wordt voorlopig als rechtmatig beschouwd en haar vorderingen worden afgewezen.