ECLI:NL:RBZLY:2005:AU5987
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid kredietovereenkomst wegens ontbreken vergunning Wet consumentenkrediet
In deze zaak stond centraal of een kredietovereenkomst zonder de vereiste vergunning ex art. 9 Wet Pro consumentenkrediet (Wck) nietig is. De rechtbank stelde vast dat Dexia ten tijde van het aangaan van de overeenkomst niet over een vergunning beschikte, wat volgens art. 3:40 lid 2 BW Pro leidt tot nietigheid van de overeenkomst. Deze sanctie is niet vernietigbaarheid, maar volledige nietigheid, mede vanwege het beschermingsdoel van de Wck voor consumenten en de bredere economische belangen.
Dexia voerde aan dat bekrachtiging achteraf mogelijk zou zijn, maar dit werd verworpen omdat de vergunning pas na het sluiten van de overeenkomst was verkregen en het ging om een structurele en grootschalige kredietverstrekking zonder toezicht. Door de nietigheid vervalt de rechtsgrond voor wederzijdse prestaties, waardoor onverschuldigde betalingen dienen te worden terugbetaald.
De rechtbank oordeelde dat het onaanvaardbaar is om de gehele overeenkomst met terugwerkende kracht ten nadele van Dexia te vernietigen, omdat de waarde van de aandelen bij afloop mogelijk hoger was dan de hoofdsom. Daarom werd bepaald dat partijen ieder de helft van de restschuld dragen, verminderd met reeds betaalde rente. Dexia werd veroordeeld om aan gedaagde een bedrag van € 1.044,72 te betalen, met wettelijke rente vanaf 10 maart 2004. De vordering van Dexia werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering van Dexia wordt afgewezen en Dexia wordt veroordeeld tot betaling van € 1.044,72 aan gedaagde met wettelijke rente.