ECLI:NL:RBZLY:2005:AU6402
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg rechtsvoorgangerbegrip in Sociaal Plan bij reorganisatieontslag
Werknemer vordert betaling van een vergoeding en buitengerechtelijke kosten op grond van het Sociaal Plan, waarbij hij stelt dat zijn uitzendperiode bij een uitzendbureau als dienstjaren bij de werkgeefster moeten worden meegeteld onder het begrip 'rechtsvoorganger'. Werkgeefster betwist dit en stelt dat het begrip rechtsvoorganger alleen die entiteit omvat waarvan de rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst krachtens overeenkomst of van rechtswege op de nieuwe werkgever zijn overgegaan.
De kantonrechter oordeelt dat het Sociaal Plan objectief moet worden uitgelegd, waarbij de juridische definitie van rechtsvoorganger leidend is. De argumenten van werknemer gebaseerd op analogie met bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek worden verworpen, evenals het beroep op de kantonrechtersformule. Ook het beroep op een hardheidsclausule wordt afgewezen vanwege verjaring.
De kantonrechter wijst de vordering van werknemer af en veroordeelt hem in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de uitzendperiode niet als dienstjaren meetelt voor de berekening van de vergoeding in het Sociaal Plan en dat een beroep op kennelijk onredelijke opzegging te laat is ingediend.
Uitkomst: De vordering van werknemer tot vergoeding op grond van het Sociaal Plan wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.