ECLI:NL:RBZLY:2005:AU8376

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
2 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
298842 BM 05-1618
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:145 BWArt. 4:147 lid 3 BWArt. 1:345 BWArt. 1:386 lid 1 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling machtiging voor levering door executeur in nalatenschap

De zaak betreft een verzoek om goedkeuring voor de juridische levering van een pand dat door verzoeker als executeur van een nalatenschap is verkocht. Eerder had verzoeker al een machtigingsverzoek ingediend dat niet-ontvankelijk werd verklaard door de kantonrechter.

In het huidige verzoek wordt gevraagd om toestemming voor levering zonder dat een tweede taxatie in onverhuurde staat nodig is. De kantonrechter stelt vast dat het hier niet gaat om de tegeldemaking van goederen ter voldoening van schulden, maar om de leveringsverplichting van de executeur namens de erfgenamen.

De kantonrechter oordeelt dat de executeur, die krachtens testament geen toestemming nodig heeft volgens art. 4:147 lid 3 BW Pro, het pand namens beide erfgenamen kan leveren op grond van art. 4:145 lid 2 BW Pro zonder rechterlijke bemoeienis. De machtiging op grond van art. 1:345 BW Pro is in dit geval niet vereist. Daarom verklaart de kantonrechter het verzoek niet-ontvankelijk en ziet af van verdere beslissing over de taxatie.

Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat indien de curator in maart 2005 een machtiging had verzocht op basis van art. 1:345 BW Pro, deze machtiging zou zijn verleend. De uitspraak bevestigt dat de executeur bevoegd is tot levering zonder aanvullende rechterlijke machtiging.

Uitkomst: Verzoek om machtiging voor levering door executeur wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat rechterlijke toestemming niet nodig is.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD
sector kanton – locatie Zwolle
zaaknummer. : 298842 BM 05-1618
datum : 2 december 2005
Beschikking op een verzoek tot machtiging
ingediend door:
[VERZOEKER],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
handelend als executeur in de nalatenschap van: [overledene], geboren te [geboorteplaats] op [datum] en overleden op [datum], laatst gewoond hebbende te [woonplaats],
en tevens als curator van zijn zuster [naam zuster], geboren te [geboorteplaats] op [datum], CB-nummer 27020/2004.
De procedure
Op 1 december 2005 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift, waarin wordt verzocht goedkeuring te verlenen aan juridische levering van een pand dat door verzoeker als executeur in voornoemde nalatenschap is verkocht. Voor deze verkoop heeft verzoeker in maart van dit jaar machtiging verzocht en de kantonrechter heeft bij beschikking van 31 maart 2005 onder zaaknummer 270671 ER 05-15 verzoeker in dat verzoek niet ontvankelijk verklaard.
De beoordeling
1.
Blijkens de toelichting op het huidige verzoek is aan de griffie van de kantonrechter de vraag voorgelegd welke stukken gevoegd moeten worden bij een verzoek om toestemming voor levering namens de curanda. Daarop zou zijn geantwoord dat naast de conceptakte van levering een taxatierapport wordt verlangd.
2.
De strekking van het onderhavige verzoek is nu, zo begrijpt de kantonrechter, om die toestemming te geven zonder dat een (in dit geval tweede) taxatie, maar nu in onverhuurde staat, nodig is.
3.
De kantonrechter constateert dat hier niet meer aan de orde is de keuze van tegeldemaking van goederen uit de nalatenschap ter voldoening van schulden, waarover op 31 maart 2005 is geoordeeld. Hier gaat het om de leveringsverplichting die de executeur door deze verkooptransactie namens de erfgenamen heeft.
4.
Naar het oordeel van de kantonrechter brengt de bevoegdheid van de executeur tot tegeldemaking van het pand ter voldoening van schulden van de nalatenschap met zich mee, dat de executeur, die krachtens testament niet de toestemming nodig had van art. 4:147 lid 3 BW Pro, dit pand op de voet van art. 4:145 lid 2 BW Pro namens beide erfgenamen kan leveren zonder dat daar nog rechterlijke bemoeienis voor nodig is, in dit geval dan niet in de vorm van toestemming maar, naar de kantonrechter begrijpt, machtiging op de voet van art. 1:345 BW Pro dat via art. 1:386 lid 1 BW Pro van toepassing zou zijn.
De kantonrechter laat daarbij dan nog in het midden dat de tekst van art. 1:345 BW Pro bovendien slechts betrekking heeft op het aangaan van een overeenkomst die tot beschikking strekt.
5.
De kantonrechter heeft derhalve niets te beslissen, ook niet over de noodzaak van een taxatierapport voor de waarde van het pand in onverhuurde staat.
Ter geruststelling van de betrokken notaris merkt de kantonrechter ten overvloede op dat, had de curator in maart 2005 op basis van de toen voorhanden zijnde stukken de machtiging op de voet van art. 1:345 BW Pro verzocht om in het kader van vereffening van de nalatenschap namens curanda in te stemmen met verkoop en levering door de executeur (die blijkens testament tevens belast is met de taak om de nalatenschap in staat van verdeling te brengen en te verdelen), die machtiging gegeven zou zijn.
De beslissing
De kantonrechter:
- verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek.
Aldus gegeven door mr. M.E.L. Fikkers, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 2 december 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan, behoudens berusting, hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dagtekening van deze eindbeschikking door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het gerechtshof Arnhem.