ECLI:NL:RBZLY:2005:AU8376
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging voor levering door executeur in nalatenschap
De zaak betreft een verzoek om goedkeuring voor de juridische levering van een pand dat door verzoeker als executeur van een nalatenschap is verkocht. Eerder had verzoeker al een machtigingsverzoek ingediend dat niet-ontvankelijk werd verklaard door de kantonrechter.
In het huidige verzoek wordt gevraagd om toestemming voor levering zonder dat een tweede taxatie in onverhuurde staat nodig is. De kantonrechter stelt vast dat het hier niet gaat om de tegeldemaking van goederen ter voldoening van schulden, maar om de leveringsverplichting van de executeur namens de erfgenamen.
De kantonrechter oordeelt dat de executeur, die krachtens testament geen toestemming nodig heeft volgens art. 4:147 lid 3 BW Pro, het pand namens beide erfgenamen kan leveren op grond van art. 4:145 lid 2 BW Pro zonder rechterlijke bemoeienis. De machtiging op grond van art. 1:345 BW Pro is in dit geval niet vereist. Daarom verklaart de kantonrechter het verzoek niet-ontvankelijk en ziet af van verdere beslissing over de taxatie.
Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat indien de curator in maart 2005 een machtiging had verzocht op basis van art. 1:345 BW Pro, deze machtiging zou zijn verleend. De uitspraak bevestigt dat de executeur bevoegd is tot levering zonder aanvullende rechterlijke machtiging.
Uitkomst: Verzoek om machtiging voor levering door executeur wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat rechterlijke toestemming niet nodig is.