ECLI:NL:RBZLY:2005:AU8398
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- A.H. Canté
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruimingsvordering wegens huurachterstand en weigering gedogen gebruik door derde
Eisers vorderden ontruiming van een bedrijfspand en betaling van achterstallige huur van gedaagden. Gedaagden betwistten de vordering en stelden dat zij de huur mochten inhouden vanwege ernstige gebreken aan het pand, waaronder een lekkend dak en houtrot, bevestigd door een technisch rapport. Tevens vorderden zij dat eisers gedogen dat een derde, [X], het pand zou gebruiken in afwachting van een procedure tot in de plaats stelling.
De rechtbank nam kennis van de feiten dat gedaagden sinds 1995 het pand huren voor exploitatie van een Chinees restaurant, dat zij sinds juni 2005 de exploitatie hadden gestaakt en dat er een huurachterstand bestond van ruim €6.500. Gedaagden hadden de bovenwoning verlaten wegens onbewoonbaarheid door achterstallig onderhoud. De koopovereenkomst tussen gedaagden en [X] en de betrokkenheid van Heineken bij de exploitatie werden besproken.
De rechtbank oordeelde dat het niet onaannemelijk was dat gedaagden de huur mochten inhouden wegens de gebreken, zodat het niet verantwoord was om ontruiming toe te wijzen vooruitlopend op de bodemprocedure. De tegenvordering werd afgewezen omdat deze niet aansloot bij de gestelde feiten en er geen rechtens relevante grondslag was voor het gedogen van gebruik door [X]. Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontruiming en de tegenvordering tot gedogen gebruik door een derde af.