ECLI:NL:RBZLY:2005:AU9180
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot voortzetting pensioenopbouw na beëindiging dienstverband en VUT-gerechtigde leeftijd
De zaak betreft een geschil tussen eiser en Bonar over de voortzetting van pensioenopbouw na beëindiging van het dienstverband en het bereiken van de VUT-gerechtigde leeftijd. Eiser vordert dat Bonar wordt veroordeeld tot storting van pensioenpremies over de periode van 1 juni 2002 tot 1 juni 2005, gebaseerd op een beëindigingsovereenkomst en CAO-bepalingen.
In een eerdere procedure werd een verklaring voor recht afgewezen wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing en het niet aansluiten van de vordering bij de stellingen van eiser. Bonar stelde dat deze eerdere uitspraak gezag van gewijsde heeft, waardoor de huidige vordering niet ontvankelijk zou zijn.
De kantonrechter oordeelt dat de eerdere afwijzing op procesrechtelijke gronden berustte en geen gezag van gewijsde toekomt aan de ten overvloede gegeven overwegingen. Daarom wordt het beroep van Bonar op niet-ontvankelijkheid verworpen. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor aanvulling en nadere onderbouwing van de vordering, waarbij hoger beroep is toegestaan.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart eiser ontvankelijk en verwijst de zaak voor nadere onderbouwing, terwijl het beroep van Bonar op niet-ontvankelijkheid wordt verworpen.