ECLI:NL:RBZLY:2006:AV0333
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.W. van Kooten
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk nalaten tijdig verstrekken van gegevens
De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 24 januari 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk nalaten om tijdig benodigde gegevens te verstrekken, wat strafbaar is gesteld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht. De tenlastelegging betrof meervoudige overtredingen van deze verplichting.
Tijdens de terechtzitting op 10 januari 2006 heeft de verdediging aangevoerd dat de getuigenverklaringen in het dossier niet door de betrokken getuigen en opsporingsambtenaren waren ondertekend, waardoor de betrouwbaarheid niet kon worden vastgesteld en deze verklaringen niet als bewijs mochten worden gebruikt. De politierechter verwierp dit verweer en achtte het bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het ten laste gelegde.
De rechtbank stelde vast dat de gebruikte ongetekende uitdraaien van processen-verbaal uit het Bedrijfs Processen Systeem van de politie als 'andere geschriften' in de zin van artikel 344 Sv Pro konden worden aangemerkt en derhalve als bewijs mochten dienen. Er waren geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte opheffen.
Gelet op de ernst van het bewezen feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke situatie van verdachte, legde de politierechter een taakstraf op van 120 uur onbetaalde arbeid. Voor het geval dat de taakstraf niet of niet naar behoren wordt uitgevoerd, wordt deze vervangen door 60 dagen hechtenis of een evenredig aantal dagen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur met subsidiaire hechtenis van 60 dagen wegens opzettelijk nalaten tijdig verstrekken van gegevens.