ECLI:NL:RBZLY:2006:AV0522

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
13 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
302042 VG 05-709
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:345 BWArt. 3:183 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Goedkeuring conceptakte verdeling nalatenschap minderjarige erfgenamen zonder machtiging ex art. 1:345 BW

De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een verzoek van de ouders van vier minderjarige erfgenamen om machtiging te verlenen voor het verlenen van kwijting en décharge aan de executeur van de nalatenschap van hun overleden ouder. De executeur was benoemd in het testament en had de verdeling zelfstandig tot stand gebracht, rekening houdend met de aanspraak van de nakomelingen op de legitieme portie.

De kantonrechter oordeelde dat de gevraagde machtiging op grond van art. 1:345 BW Pro niet nodig was omdat het honoreren van de legitieme portie en het vaststellen van het te verdelen saldo geen overeenkomst tot beëindiging van een geschil betreft zoals bedoeld in dat wetsartikel. Daarom werd de verzoeker niet ontvankelijk verklaard in dat onderdeel van het verzoek.

Wel werd de goedkeuring van de conceptakte van verdeling verleend. De kantonrechter benadrukte dat ondanks de zelfstandige bevoegdheid van de executeur, de wettelijke controlerende taak van de kantonrechter ter bescherming van minderjarigen niet kan worden genegeerd. Verzoeker werd verplicht om de definitieve akte en bewijs van storting van de bedragen op geblokkeerde rekeningen voor de minderjarigen aan de kantonrechter te overleggen, die deze stukken zal opnemen in het minderjarigenbewinddossier.

Uitkomst: Verzoek tot machtiging ex art. 1:345 BW afgewezen, goedkeuring conceptakte verdeling verleend.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD
sector kanton – locatie Zwolle
zaaknummer. : 302042 VG 05-709
datum : 13 januari 2006
Beschikking op een verzoek tot machtiging en goedkeuring
ingediend door:
mr. G.W. Broen,
werkzaam bij IJsseloevers notarissen te (8260 AH) Kampen, Postbus 327,
verzoeker,
namens de alle vier in Hasselt wonende ouders van de minderjarige erfgenamen in de nalatenschap van:
H. geboren te Den Haag op (…) en overleden op 28 oktober 2004, laatst gewoond hebbende te Hasselt.
De procedure
Op 16 december 2005 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift, waarin, na telefonische intrekking van een onderdeel van het verzoek, wordt verzocht machtiging op de voet van art. 1:345 BW Pro te verlenen aan de ouders om de executeur kwijting en décharge te mogen verlenen, en waarin voorts wordt verzocht de bijgevoegde conceptakte van verdeling goed te keuren op basis van art. 3:183 BW Pro.
De beoordeling
1.
Blijkens het in de conceptakte van verdeling geciteerde testament heeft erflater zijn nakomelingen uitgesloten als erfgenaam en voor gelijke delen tot zijn erfgenamen, onder last van een legaat in contanten aan derden, benoemd vier thans nog minderjarigen. Tevens is J. J. benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder; J. heeft die benoeming aanvaard.
De nakomelingen van erflater hebben vervolgens aanspraak gemaakt op de legitieme portie. De executeur heeft met deze aanspraak rekening gehouden en de erfstellingen en het legaat zijn naar evenredigheid ingekort.
2.
Namens de wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige erfgenamen wordt thans machtiging verzocht om de executeur kwijting en décharge te mogen verlenen op basis van art. 1:345 BW Pro.
De kantonrechter ziet evenwel niet in dat de verzochte rechtshandeling haar machtiging op de voet van genoemd wetsartikel behoeft. Met name ook is het honoreren van een beroep op de legitieme portie en het daardoor nader moeten vaststellen van de omvang van het over de erfgenamen te verdelen saldo op zichzelf geen “overeenkomst tot beëindiging van een geschil waarbij de minderjarige is betrokken”, zoals bedoeld in lid 3 van genoemd wetsartikel.
Verzoeker wordt daarom niet ontvankelijk verklaard in dit onderdeel van het verzoek.
3.
De verzochte goedkeuring voor de conceptakte van verdeling kan wel worden verleend. Die goedkeuring wordt op goede gronden verzocht, want hoewel in het testament is bepaald dat de executeur-afwikkelingsbewindvoerder zelfstandig bevoegd is de verdeling naar eigen inzicht tot stand te brengen, zonder medewerking van de rechthebbenden en zonder machtiging van de kantonrechter te behoeven, kan de wettelijke controlerende taak van de kantonrechter ter bescherming van personen die niet het vrije beheer hebben, niet door een partijverklaring opzij worden gezet.
De kantonrechter verlangt van verzoeker dat deze te zijner tijd voor ieder van de vier minderjarigen aan de kantonrechter zendt: een kopie van de definitieve akte en een bewijs van storting van het aan de minderjarige toekomende bedrag op een ten name van die minderjarige staande bankrekening voorzien van een BEM-clausule, welke stukken zullen worden gevoegd in een door de griffie alhier aan te maken minderjarigenbewinddossier.
De beslissing
De kantonrechter:
- verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot machtiging;
- verleent de verzochte goedkeuring voor de conceptakte van verdeling.
Aldus gegeven door mr. M.E.L. Fikkers, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 13 januari 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan, behoudens berusting, hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dagtekening van deze eindbeschikking door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het gerechtshof Arnhem.