ECLI:NL:RBZLY:2006:AV1540
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H. Canté
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding en afbreukrisico
In deze kantonzakenprocedure verzocht Bonar om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer op grond van dringende reden en subsidiair gewijzigde omstandigheden. Eerder was een vrijwel gelijk verzoek afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat de werknemer de extruder had stilgezet en dat collega’s niet met hem wilden samenwerken.
Bonar voerde aan dat nieuwe informatie beschikbaar was gekomen die het eerdere oordeel zou moeten herzien, waaronder verklaringen dat de extruder wel was stilgevallen en dat collega’s en leidinggevenden niet meer met de werknemer wilden samenwerken. De werknemer betwistte deze nieuwe feiten en overhandigde tegenverklaringen.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek niet kon worden gebruikt als verkapt hoger beroep en dat de nieuwe feiten niet voldoende aannemelijk waren. Wel was duidelijk dat Bonar de werknemer niet meer in haar organisatie wenste en dat terugkeer een groot afbreukrisico zou vormen. Daarom werd de arbeidsovereenkomst ontbonden met een billijke vergoeding van €40.000 bruto ten laste van Bonar.
Bonar kreeg de mogelijkheid het verzoek in te trekken, maar werd ongeacht dat veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een reële beoordeling van de arbeidsverhouding en de gevolgen van terugkeer voor de werknemer.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met een billijke vergoeding van €40.000 bruto ten laste van Bonar.