ECLI:NL:RBZLY:2006:AV3068
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H. Canté
- Rechtspraak.nl
Beëindiging agentuurovereenkomst zonder dringende reden en beperking non-concurrentiebeding
De handelsagent [X] was sinds 1990 werkzaam voor [Y] als agent voor cosmetische producten. Op 8 maart 2005 zegde hij de agentuurovereenkomst met onmiddellijke ingang op wegens een vermeende dringende reden. [Y] betwistte dit en vorderde onder meer terugbetaling van een voorschot op klantvergoeding, boetes wegens wanprestatie en nakoming van het non-concurrentiebeding.
De kantonrechter stelde vast dat [X] onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een dringende reden bestond voor onmiddellijke beëindiging. De opzegging was daarmee onrechtmatig en de overeengekomen boete werd verbeurd. Tevens werd vastgesteld dat [X] het non-concurrentiebeding had geschonden door concurrerende activiteiten te ontplooien.
De rechter veroordeelde [X] tot betaling van het voorschot en boetes, en legde een dwangsom op voor niet-nakoming van het non-concurrentiebeding. Dit beding werd echter territoriaal beperkt tot het laatstelijk door [X] bewerkte rayon gedurende het kalenderjaar 2006, waarna het verviel. De vorderingen van [X] tot betaling van achterstallige provisie en ontbinding van de overeenkomst werden grotendeels afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De handelsagent heeft de overeenkomst onterecht met onmiddellijke ingang opgezegd en is veroordeeld tot betaling van boetes, terugbetaling voorschot klantvergoeding en naleving van een territoriaal beperkt non-concurrentiebeding.