ECLI:NL:RBZLY:2006:AV4581
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.W. van Kooten
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in hennep en diefstal met voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf
De politierechter van de Rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 2 maart 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van meerdere feiten in strijd met de Opiumwet en diefstal. De tenlastelegging betrof medeplegen en opzettelijk handelen in strijd met de verboden van de Opiumwet, waaronder handel in hennep in hoeveelheden die de grens van 30 gram overschrijden, en diefstal.
De verdediging betoogde dat de dagvaarding nietig was omdat verdachte slechts kleine hoeveelheden van maximaal 30 gram hennep zou hebben verhandeld, waardoor het vijfde lid van artikel 11 Opiumwet Pro van toepassing zou zijn en geen sprake van een misdrijf. De politierechter verwierp dit verweer, stellende dat de transacties als één strafbaar feit moesten worden gezien en dat sprake was van professionele handel, mede gelet op observaties en verklaringen van gebruikers die vaker bij verdachte hadden gekocht.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de tenlasteleggingen onder 1 tot en met 4, maar sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen. Gelet op de ernst van de feiten, waaronder het stelselmatig verstrekken van hennep aan minderjarigen, werd verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf van 240 uur, met een subsidiaire hechtenis van 120 dagen. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een werkstraf van 240 uur wegens handel in hennep en diefstal.