ECLI:NL:RBZLY:2006:AV6351
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag na geschil over opdracht en ontbinding overeenkomst puzzelproductie
Op 23 juni 2005 werd de vennootschap onder firma [A] opgericht, waarin eiser en twee andere vennoten participeren. Eiser had voorheen zelfstandig een onderneming die educatieve puzzels ontwikkelde. P&I Houtbewerking, gespecialiseerd in machinale houtbewerking, bracht op 5 juni 2005 een offerte uit voor de productie van grote aantallen puzzels en opbergcassettes. Partijen bereikten mondeling overeenstemming over de productie en een betalingsschema.
In januari 2006 bevestigde P&I Houtbewerking schriftelijk de gemaakte afspraken, maar in februari 2006 ontbond zij de overeenkomst. Eiser betaalde niet en P&I Houtbewerking legde beslag op het woonhuis en bankrekeningen van eiser wegens geleden en te lijden schade.
Eiser vorderde opheffing van het beslag, stellende dat geen overeenkomst tot stand was gekomen of dat de opdracht onder voorbehoud van financiering was gegeven. P&I Houtbewerking betwistte dit en stelde dat de mondelinge opdracht conform offerte was verstrekt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat spoedeisend belang geen vereiste is voor opheffing van beslag op grond van artikel 705 Rv Pro. Gezien de tegenstrijdige verklaringen en de ondertekende brief van 18 januari 2006, achtte de rechter het niet onaannemelijk dat de opdracht was verstrekt. De vordering tot opheffing van het beslag werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.