ECLI:NL:RBZLY:2006:AW7154
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.T. Wemes
- H.R. Schimmel
- H.J. Buijsman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie wegens overschrijding redelijke vervolgingstermijn bij HBO-inschrijvingsfraude
De verdachte werd verdacht van het valselijk invullen en ondertekenen van inschrijfformulieren bij HBO-instellingen, een zaak die bekend staat als de 'HBO-fraude'. De aangifte dateert van 25 februari 2002, waarna een periode van bijna vier jaar verstreek tot de geplande zitting op 23 januari 2006.
De rechtbank constateerde dat het proces-verbaal reeds op 13 oktober 2003 was voltooid en dat sindsdien geen nadere onderzoeksverrichtingen hadden plaatsgevonden. De zaak betrof geen uiterst ingewikkelde strafzaak en er was geen sprake van een proceshouding van de verdachte die vertraging veroorzaakte.
De rechtbank oordeelde dat de redelijke vervolgingstermijn ruimschoots was overschreden. Gezien de relatief geringe ernst van de zaak, de beperkte strafeis van een voorwaardelijke geldboete en de omstandigheden die de vertraging veroorzaakten (zoals beperkte zittingscapaciteit en wisseling van zaaksofficier), achtte de rechtbank het niet-ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie in zijn vervolgingsrecht gerechtvaardigd.
De verdachte had geen financieel voordeel behaald en er was geen financieel nadeel voor derden. De rechtbank verbond daarom het meest vergaande rechtsgevolg aan de schending van het recht op een redelijke termijn. Het Openbaar Ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke vervolgingstermijn.