ECLI:NL:RBZLY:2006:AX6851
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Vordering Waterschap tot schadevergoeding wegens valsheid in geschrifte deels toegewezen
Het Waterschap Zuiderzeeland heeft een civiele procedure aangespannen tegen gedaagde wegens valsheid in geschrifte, waarbij gedaagde opdrachtverstrekkingen of nota's ter waarde van €94.600,- valselijk heeft voorzien van een paraaf alsof deze door de bevoegde budgethouder waren goedgekeurd. Het strafvonnis tegen gedaagde is in kracht van gewijsde gegaan en vormt dwingend bewijs van het onrechtmatig handelen.
In de civiele procedure heeft de rechtbank een inlichtingencomparitie gelast om het Waterschap te laten toelichten op welke gedragingen van gedaagde de vordering is gebaseerd. Noch het Waterschap noch gedaagde zijn op deze comparitie verschenen. De rechtbank concludeert op grond van artikel 88 lid 4 Rv Pro dat het Waterschap met betrekking tot het meerdere bedrag boven €94.600,- niet langer de stelling handhaaft dat dit schade betreft door toedoen van gedaagde.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van €94.600,- aan het Waterschap, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding, en tot betaling van €1.360,11 wegens gelegde beslagen. De proceskosten worden aan de zijde van het Waterschap toegewezen. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €94.600,- met wettelijke rente en €1.360,11 wegens gelegde beslagen; het meerdere wordt afgewezen.