ECLI:NL:RBZLY:2006:AY5754
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen in geschil over buitengerechtelijke vernietiging verdeling en onrechtmatige daad
In deze zaak stonden partijen, voormalige echtelieden, tegenover elkaar in een geschil over de buitengerechtelijke vernietiging van een verdeling en een vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank heeft onderzocht of de wettelijke vervaltermijn van artikel 3:200 BW Pro was overschreden en of er sprake was van een onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelde dat uit de stukken niet bleek dat de verdeling tijdig buitengerechtelijk was vernietigd. De brief van een raadsman, waarin werd verwezen naar artikel 3:196 BW Pro, bood onvoldoende duidelijkheid dat de vernietiging reeds had plaatsgevonden. Ook het ontbreken van een beroep op de vervaltermijn door de wederpartij deed hieraan niet af, aangezien deze termijn van dwingend recht is en ambtshalve moet worden toegepast.
Ten aanzien van de vordering in reconventie stelde de rechtbank vast dat er geen sprake was van onrechtmatig handelen door de eiseres door het betrekken van de wederpartij in rechte. De afspraken in het echtscheidingsconvenant voorzagen in onderling overleg en het aan de rechter voorleggen van geschillen, zodat het betrekken in rechte niet onrechtmatig was.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De vorderingen in conventie en reconventie werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en compenseert de proceskosten tussen partijen.