ECLI:NL:RBZLY:2006:AY7245
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing vereffening nalatenschap wegens gebrek aan belang executeur
De executeur van de nalatenschap heeft een verzoek ingediend tot ontheffing van de verplichting tot vereffening van de nalatenschap op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a BW Pro. De executeur stelde dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots voldoende waren om alle schulden te voldoen, waardoor vereffening niet nodig zou zijn.
De kantonrechter constateerde dat de nalatenschap beneficiair was aanvaard, onder meer omdat er een minderjarige erfgenaam was die niet binnen de wettelijke termijn een verklaring had afgelegd. Hierdoor gold de vereffeningsplicht volgens Boek 4 titel 6 afdeling 3 BW, tenzij een uitzondering van toepassing was. De uitzonderingen uit de leden 2 en 3 van artikel 4:202 BW Pro waren hier niet van toepassing.
De kantonrechter beoordeelde dat de executeur geen redelijk belang had bij het verzoek tot ontheffing, omdat de nalatenschap reeds zo ver was gevorderd dat het positieve saldo klaar was voor uitkering aan de erfgenamen. De beschikbare stukken toonden aan dat het banksaldo voldoende was om de uitgaven na overlijden te dekken. Daarom werd het verzoek afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het verzoek tot ontheffing van de vereffeningsverplichting wordt afgewezen wegens gebrek aan redelijk belang van de executeur.