ECLI:NL:RBZLY:2006:AY7849

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
28 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07.***06
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 310 SrArt. 311 SrArt. 10 SrArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak brandstichting wegens ontbreken gemeen gevaar, veroordeling geweld en diefstal

De politierechter in Zwolle-Lelystad heeft op 28 augustus 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte die werd verdacht van brandstichting, geweldpleging en diefstal.

De rechtbank oordeelde dat het opzet van de daders gericht was op het in brand steken van een auto, waarbij het interieur niet zelfstandig genoeg was om als afzonderlijk goed te worden beschouwd. Hierdoor was er geen sprake van gemeen gevaar voor andere goederen en werd de verdachte vrijgesproken van de brandstichting.

Wel achtte de politierechter bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan geweldpleging tegen goederen en diefstal door twee of meer verenigde personen met braak. Gezien de ernst van de feiten en het strafrechtelijk verleden van de verdachte werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd. De vordering van de benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard in het strafproces en verwezen naar de burgerlijke rechter.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van brandstichting, veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voor geweldpleging en diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Politierechter
Parketnummer: 07.***06
Uitspraak: 28 augustus 2006
S T R A F V O N N I S
in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
***,
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2006.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. ***, advocaat te ***.
De officier van justitie, mr. H. Timmer, heeft ter terechtzitting gevorderd:
- dat de verdachte terzake het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek van voorarrest,
- dat de vordering van de benadeelde partij *** zal worden toegewezen tot het bedrag van € 1.411,18 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van dat slachtoffer.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
(volgt tenlastelegging)
De politierechter verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
BEWIJS
De politierechter is met betrekking tot de onder 3 ten laste gelegde brandstichting met de verdediging van oordeel dat - afgezien van de vraag of de verdachte als een van de daders zou kunnen worden aangemerkt - het opzet van de daders gericht was op het in brand steken van de auto en niet alleen op het in brand steken van het interieur, dan wel de bekleding, van de auto. Uit het dossier blijkt niet van gemeen gevaar voor andere goederen dan de in brand gestoken auto. De politierechter is van oordeel dat het interieur van de auto (stoelen, bank, bekleding) waarin - na het overgieten daarvan met benzine/brandbare vloeistof - de brand is gesticht maatschappelijk gezien niet voldoende zelfstandigheid binnen het geheel heeft bewaard om de overige delen van de auto, zoals carrosserie en motor, als andere goederen dan het goed waarin brand is gesticht te kunnen aanmerken.
De verdachte dient derhalve van het onder 3 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de politierechter dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:
(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)
Van het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de politierechter dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.
STRAFBAARHEID
Het bewezene levert op:
1.
Openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen,
strafbaar gesteld bij artikel 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
2.
Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,
strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto Pro artikel 310 van Pro het wetboek van Strafrecht.
De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.
OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL
Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de politierechter de na te noemen beslissing passend.
De politierechter is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de politierechter niet aanwezig.
Bij haar beslissing heeft de politierechter rekening gehouden met:
- een de verdachte betreffend uittreksel d.d. 8 juni 2006 uit het algemeen documentatieregister van de justitiële documentatiedienst;
De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 57 van het Wetboek van Strafrecht.
Benadeelde partij
De vordering van de benadeelde partij *** is naar het oordeel van de politierechter niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De politierechter zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
BESLISSING
Het onder 3 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.
Het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De politierechter veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
6 maanden.
De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.
De politierechter bepaalt dat de benadeelde partij F.J. Hellinga in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Aldus gewezen door mr. G.M.J. Vijftigschild, politierechter, in tegenwoordigheid van
A. Samson als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 augustus 2006.