ECLI:NL:RBZLY:2006:AY8866
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- J.W.F. Houthoff
- Rechtspraak.nl
Verbod openbaarmaking en verveelvoudiging liefdesgedichten uit nalatenschap
Mevrouw [A] overleed in januari 2005. Zij had ongeveer 200 liefdesgedichten geschreven die nooit waren gepubliceerd, behalve één keer in een tv-programma. Zij gaf deze gedichten in 2001 mee aan [gedaagde] met de tekst 't.b.v. een te maken CD'. Na haar overlijden vordert erfgenaam [eiser] een verbod op openbaarmaking en verveelvoudiging van deze gedichten.
De rechtbank overweegt dat hoewel [A] medewerking verleende aan het maken van een CD, dit niet impliceert dat gedaagde zonder toestemming van de erfgenaam de gedichten mag publiceren. Dit wordt ondersteund door eerdere uitlatingen van [A] waarin zij aangaf dat alleen [eiser] hierover mocht beslissen. Ook is er niets schriftelijk vastgelegd over de productie en publicatie.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde onzorgvuldig heeft gehandeld door zonder duidelijke afspraken de gedichten te gebruiken. De vorderingen van [eiser] worden grotendeels toegewezen: gedaagde moet de originele gedichten afgeven en het openbaar maken en verveelvoudigen staken, met dwangsommen bij overtreding. Het maken van de CD zelf wordt niet als onrechtmatig beschouwd.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden de liefdesgedichten van overledene openbaar te maken en te verveelvoudigen zonder toestemming van de erfgenaam.