ECLI:NL:RBZLY:2006:AY8868
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- J.W.F. Houthoff
- Y. Telenga
- Rechtspraak.nl
Verbod op tenuitvoerlegging ontruimingsvonnis wegens onderhuurovereenkomst en misbruik
De Rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een executiegeschil waarin eisers, onderhuurders van een woning, een verbod vorderden tegen de verhuurder Stichting Woningmaatschappij Hellevoetsluis (SWH) om het ontruimingsvonnis ten uitvoer te leggen. De oorspronkelijke huurovereenkomst tussen SWH en de hoofdhuurder was ontbonden, maar de onderhuurovereenkomst was volgens de rechtbank in de plaats getreden van de beëindigde huurovereenkomst.
Eisers woonden sinds december 2001 in de woning, aanvankelijk in de veronderstelling dat de hoofdhuurder eigenaar was. Na ontdekking van de onderhuurrelatie betaalden zij vanaf januari 2005 rechtstreeks huur aan SWH, die dit zonder protest accepteerde. SWH trachtte echter het vonnis tegen de hoofdhuurder ten uitvoer te leggen jegens de onderhuurders, onder meer door dreiging met ontruiming en het eisen van betaling van een vermeende huurachterstand.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontruimingsvonnis slechts een titel is tegen de hoofdhuurder en niet tegen de onderhuurders, die rechtmatig in de woning verbleven. Bovendien werd het handelen van SWH als misbruik van het vonnis en laakbaar bestempeld, mede gelet op het feit dat SWH de woning wilde verkopen in plaats van opnieuw te verhuren. De vorderingen van eisers werden daarom toegewezen en SWH werd verboden tot ontruiming over te gaan onder dreiging van een dwangsom.
Uitkomst: SWH is verboden tot ontruiming van de woning over te gaan wegens rechtmatig verblijf onderhuurders en misbruik van het ontruimingsvonnis.