ECLI:NL:RBZLY:2006:AY9807
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schröder
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bedrieglijke bankbreuk wegens niet overhandigen van bescheiden na faillissement
Beko Midden-Nederland BV werd op 1 september 2004 failliet verklaard. Verdachte, hoewel niet formeel bestuurder, had feitelijk de leiding en beschikte over bankpassen van de BV. Na het faillissement weigerde verdachte de curator essentiële administratieve bescheiden te overhandigen, waaronder de debiteuren- en crediteurenlijst, waardoor de curator niet kon vaststellen welke bedragen tot de faillissementsboedel behoorden.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als feitelijk bestuurder de verplichting had om deze bescheiden te bewaren en te tonen, en dat het niet nakomen hiervan een verkorting van de rechten van schuldeisers tot gevolg had. Verdachte werd veroordeeld voor bedrieglijke bankbreuk op grond van artikel 343 Sr Pro.
De politierechter legde een werkstraf van 120 uren op, met een subsidiaire hechtenis van 60 dagen indien de taakstraf niet wordt uitgevoerd. De rechtbank hield rekening met het blanco strafrechtelijk verleden van verdachte en verwierp andere tenlasteleggingen wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur wegens bedrieglijke bankbreuk.