ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ1718
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor wegens onvoldoende belang in ontbindingsprocedure
De ex-werknemer trad op 1 oktober 2005 in dienst bij de werkgever als tijdelijk integratiemanager en later operationeel manager. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 mei 2006 met een ontbindingsvergoeding van € 35.000,- toegekend door de kantonrechter te Eindhoven. De ex-werknemer wilde een voorlopig getuigenverhoor houden om reputatieschade en een bonusclaim aan te tonen, maar de kantonrechter oordeelde dat de feiten en omstandigheden die hij wil aanvoeren reeds in de ontbindingsprocedure zijn meegewogen volgens de Baijings-leer.
De kantonrechter overwoog dat de ontbindingsvergoeding de ernst van de situatie weerspiegelt en dat een aanvullende procedure over dezelfde feiten niet is toegestaan. Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor werd daarom afgewezen wegens gebrek aan voldoende belang. Ook het beroep op een bonus op basis van functioneren werd verworpen omdat de arbeidsovereenkomst alleen een bonus op bedrijfsresultaat kende.
Daarnaast werd het verzoek om reputatieschade na ontbinding onvoldoende onderbouwd geacht en meer als een 'fishing expedition' gezien, wat niet gerechtvaardigd is. De kantonrechter wees het verzoek af en veroordeelde de ex-werknemer in de proceskosten van € 400,-.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens onvoldoende belang en de ex-werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.