ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ1828
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens niet verkrijgen Verklaring omtrent gedrag niet rechtsgeldig
De werknemer trad in dienst bij de werkgever als contactcentermedewerker en werd gedetacheerd bij een financiële instelling die een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) vereist. Ondanks dat de werknemer niet over een VOG beschikte, werd hij drie maanden doorbetaald. Na bericht van afwijzing van de VOG werd hij op staande voet ontslagen wegens het verzwegen van deze informatie.
De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat hij voorafgaand aan de arbeidsovereenkomst niet verplicht was een VOG te overleggen en dat hij de werkgever tijdig had geïnformeerd over de vertraging in de VOG-procedure. De werkgever stelde dat er sprake was van een dringende reden vanwege het ontbreken van de VOG en het verzwegen van de brief van het COVOG.
De kantonrechter oordeelde dat het ontbreken van een VOG en het vermeende verzwijgen geen dringende reden vormden voor ontslag op staande voet. De werkgever had zorgvuldiger moeten handelen en eerst de VOG moeten afwachten. De loonvordering van de werknemer werd toegewezen, met een beperking van de wettelijke verhoging tot 15%.
Uitkomst: Ontslag op staande voet wegens het niet verkrijgen van een VOG is nietig; loonvordering wordt toegewezen.