ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ3068
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werkgever wegens nietigheid concurrentiebeding door tekstuele onvolledigheid
Werknemer trad in 1999 in dienst bij werkgeefster en ondertekende een arbeidsovereenkomst met een concurrentiebeding dat een jaar na dienstverband werkzaamheden bij relaties van werkgever verbood. Dit beding bevatte echter een cruciale tekstuele fout: het woord 'niet' ontbrak, waardoor het beding onvolledig en onduidelijk werd. Werkgever vorderde boetes wegens overtreding van dit beding nadat werknemer in 2005 bij een concurrerend bedrijf ging werken.
De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding nietig was vanwege de onvolledigheid en dat ambtshalve aanvulling ten nadele van werknemer niet aan de orde was. Hierdoor kon werknemer niet worden gehouden aan het beding en waren de boetebedingen niet afdwingbaar. De primaire en subsidiaire vorderingen van werkgeefster werden afgewezen.
Daarnaast werd geoordeeld dat de dwangsommen die in kort geding waren opgelegd niet konden worden gevorderd in deze bodemprocedure. De kantonrechter wees ook op het ontbreken van bewijs dat het concurrentiebeding noodzakelijk was ter bescherming van bedrijfskennis. Werkgeefster werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van werkgeefster wegens overtreding van het concurrentiebeding worden afgewezen vanwege onvolledigheid van het beding.