ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ4528
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij vrijstelling verkoop consumentenvuurwerk
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een besluit van 25 oktober 2006 waarbij een vrijstelling is verleend voor de verkoop van consumentenvuurwerk gedurende drie dagen per jaar aan een adres in Zwolle. Verzoeker had bezwaar tegen deze vrijstelling en stelde tevens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en beoordeeld aan de hand van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierbij moet de verzoeker aannemelijk maken dat er een spoedeisend belang bestaat om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een financieel belang op zichzelf niet voldoende is om een voorlopige voorziening toe te kennen en dat door het gebruik van het pand conform de vrijstelling geen onomkeerbare gevolgen ontstaan. Verzoeker kon geen spoedeisend belang aantonen, ondanks zijn argumenten over investeringen en omzetverlies door concurrentie.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.