ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ5140
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tijdelijke voogdij bij schorsing ouderlijk gezag wegens onmogelijkheid vader tot adequate zorg
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kantonrechter om een tijdelijke voogdijvoorziening te treffen voor een minderjarige dochter van een alleenstaande vader, die het ouderlijk gezag niet adequaat kon uitoefenen. De moeder van het kind was overleden en de vader hield geen contact met zijn dochter tenzij zij meewerkte aan een behandeling om een vermeende vampier of demon uit te drijven.
Tijdens de zitting verklaarde de minderjarige geen medewerking te willen verlenen aan de wens van haar vader en gaf aan opgenomen te willen worden in een pleeggezin. De kantonrechter stelde vast dat er een gezagsvacuüm was ontstaan en dat de vader niet in staat was het gezag uit te oefenen zonder de belangen en gezondheid van het kind in gevaar te brengen.
Op grond hiervan werd het ouderlijk gezag van de vader geschorst en werd de Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming benoemd tot tijdelijke voogd. De minderjarige had geen bezwaar tegen deze maatregel. De kantonrechter wees een verzoek af om de ex-echtgenote van de vader als voogd aan te wijzen vanwege de slechte verstandhouding en het belang van het kind.
De beschikking werd uitgesproken op 20 december 2006 en is gericht op het waarborgen van de belangen van de minderjarige zolang het gezag van de vader geschorst is.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de vader wordt geschorst en de Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming benoemd tot tijdelijke voogd.