ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ5649
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.I. Lammertsma-van der Heij
- Rechtspraak.nl
Termijnoverschrijding bezwaar kinderbijslag niet-ontvankelijk verklaard, beroep gegrond
Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank over de gedeeltelijke betaling van Nederlandse kinderbijslag voor twee kinderen. Verweerder had een termijn van vier weken gesteld voor het indienen van de gronden van bezwaar. Eiseres diende deze gronden per fax in op de laatste dag volgens haar interpretatie, maar verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
De kern van het geschil betrof de uitleg van de termijn: eiseres baseerde zich op een analoge toepassing van artikelen 6:8 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor de termijn volgens haar op de dag van ontvangst viel. Verweerder vond dat artikel 6:8 niet Pro analoog toegepast kon worden en stelde dat de termijn eerder was verstreken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder, indien zij een afwijkende termijnregeling wilde hanteren, dit ondubbelzinnig had moeten communiceren, bijvoorbeeld door de uiterste datum expliciet te noemen. Dit was niet gebeurd, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar werd geacht. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, begroot op €322,--. Het UWV werd aangewezen als de rechtspersoon die deze kosten aan de griffier dient te betalen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege verschoonbare termijnoverschrijding.