ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ9746
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling onverdeelde pensioenrechten na echtscheiding met voorwaardelijke uitkering
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een geschil over de verdeling van pensioenrechten die na echtscheiding onverdeeld waren gebleven. De man had actuariële berekeningen overgelegd van pensioenrechten bij ABP, Aegon en SPH, waaruit een gezamenlijke contante waarde van bijna een miljoen euro bleek. De vrouw had al aanspraak op haar nabestaandenpensioen en vorderde betaling ineens van het resterende ouderdomspensioen.
De rechtbank oordeelde dat de man niet eenvoudig over voldoende liquide middelen beschikte om een eenmalige uitkering te doen en dat van hem niet verwacht kon worden dat hij een lening zou aangaan. Ook achtte de rechtbank het financieel bevoordelen van zijn huidige vriendin niet onbillijk. De vrouw stelde dat de man zich bewust in deze positie had gemanoeuvreerd, maar de rechtbank gaf hem het voordeel van de twijfel.
De rechtbank besloot dat de pensioenrechten aan de man worden toegedeeld, met behoud van het bijzonder weduwenpensioen voor de vrouw, en dat aan de vrouw een voorwaardelijke uitkering wordt toegekend die gekoppeld is aan de pensioentermijnen en periodiek wordt uitgekeerd. Deze oplossing sluit aan bij de aard van pensioenuitkeringen en voldoet aan redelijkheid en billijkheid.
Vervolgens werd bepaald dat de man nieuwe actuariële berekeningen moet overleggen waaruit blijkt welk deel van zijn pensioenbedragen de vrouw kan claimen. De vrouw krijgt de gelegenheid hierop te reageren, waarna verdere beslissing volgt. De zaak werd aangehouden tot de rolzitting van 15 november 2006.
Uitkomst: Pensioenrechten worden aan de man toegedeeld met een voorwaardelijke periodieke uitkering aan de vrouw.