ECLI:NL:RBZLY:2006:BA0262
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebepaling onroerende zaak op grond van Wet WOZ
De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 7 november 2006 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin de waardebepaling van een vrijstaande woonboerderij centraal stond. De waarde was vastgesteld op € 500.000,- per 1 januari 2003, maar na bezwaar verlaagd tot € 432.000,-. Eiser betwistte deze waardering en stelde een lagere waarde voor.
In het geding stond of verweerder aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatierapport gebaseerd op drie vergelijkingsobjecten. De rechtbank oordeelde dat één object te ver van de waardepeildatum lag en dus niet als vergelijkingsobject kon dienen, maar dat de overige twee objecten voldoende waren om de waarde te onderbouwen.
Eiser had geen eigen taxatierapport of vergelijkbare gegevens overgelegd. De rechtbank vond geen reden om aan te nemen dat de waarde te hoog was vastgesteld, ook niet gelet op de inhoud en ligging van de woning. De rechtbank wees erop dat gemiddelde prijsstijgingen niet relevant zijn voor individuele waardebepaling.
Hoewel verweerder nieuwe vergelijkingsobjecten in bezwaar had gebruikt, had hij nagelaten te motiveren waarom deze tot een andere waarde leidden dan de primaire vaststelling. Dit gebrek aan motivering was mede reden voor het beroep, waardoor de rechtbank verweerder opdroeg het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder moet het griffierecht aan eiser vergoeden.