ECLI:NL:RBZLY:2006:BA0716
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige daad gemeente na ontruiming en inboedelvernietiging
Eiser werd door de kantonrechter veroordeeld tot ontruiming van zijn woning. De ontruiming vond plaats op 8 januari 2001, waarbij de inboedel door de deurwaarder op straat werd gezet en daarna grotendeels door een afvalverwerkingsbedrijf werd vernietigd. Eiser stelt dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door haar gebruikelijke beleid om waardevolle inboedel op te slaan niet toe te passen.
De gemeente voert aan dat het beleid sinds 1994 is gewijzigd en dat zij alleen onder strikte voorwaarden waardevolle inboedel opslaat. De rechtbank oordeelt dat uit het enkele feit dat de deurwaarder contact zocht met de gemeente niet kan worden afgeleid dat de gemeente een dergelijk beleid voert. Eiser heeft onvoldoende gesteld om het tegendeel te bewijzen.
Daarnaast is vastgesteld dat de gemeente niet op de hoogte was van de ontruiming en feitelijk niet in staat was om de inboedel op te slaan. Ook de stellingen dat de gemeente in strijd met wettelijke bepalingen heeft gehandeld worden verworpen. De rechtbank concludeert dat er geen onrechtmatige daad is gepleegd en wijst de vordering af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af wegens het ontbreken van onrechtmatig handelen door de gemeente.