ECLI:NL:RBZLY:2006:BA8615
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Berekening en toepassing van de beslagvrije voet bij beslaglegging op arbeidsongeschiktheidsuitkering
Eiseres ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering en is het oneens met ABN Amro over de hoogte van de beslagvrije voet die wordt gehanteerd bij beslaglegging op haar uitkering. Zij stelt dat het ingehouden bedrag leidt tot een netto inkomen onder de beslagvrije voet en vordert opheffing van het beslag tot een bedrag van €928,35 per maand.
De rechtbank bespreekt de wettelijke bepalingen van artikel 475d Rv en de berekeningswijze van de beslagvrije voet, waarbij rekening wordt gehouden met het inkomen inclusief heffingskortingen, de zorgtoeslag, de ziektekostenpremie en de woonlasten minus huurtoeslag. De voorzieningenrechter volgt de werkgroep recofa in de interpretatie van deze berekeningen.
Uiteindelijk concludeert de rechtbank dat de beslagvrije voet voor eiseres €1.032,54 bedraagt en dat het ingehouden bedrag van €93,37 niet leidt tot een inkomen onder deze voet. De vordering tot opheffing van het beslag wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen omdat de beslagvrije voet correct is berekend.