ECLI:NL:RBZLY:2006:BA8822
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.A. Ariëns
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij aanrijding ophaalbrug door vrachtwagen met ongeborgde boorkraan
Op 29 mei 1999 botste een vrachtwagencombinatie met een boorkraan op een ophaalbrug van de gemeente, waarbij de brug volledig werd vernield. De gemeente stelt dat de boorkraan niet geborgd was, wat leidde tot het opwippen en de aanrijding. De vrachtwagencombinatie overschreed mogelijk de maximale hoogte van 4 meter, maar hierover bestaat discussie. De gemeente voerde aan dat de brug een vrije doorrijhoogte had van ten minste 4,17 meter en dat de bestuurder rekening had moeten houden met een hellingshoek en de hoogte van de lading.
De rechtbank stelt vast dat de boorkraan uitstak en niet was verankerd, waardoor deze kon opwippen bij het oprijden van het talud en de brug. Deskundigenrapporten bevestigen dat de totale hoogte van de combinatie mogelijk hoger was dan toegestaan. De gemeente heeft de bewijslast voor de ongeborgde lading en de schade, wat voorshands is bewezen. De eigenaar van de vrachtwagen en de verzekeraar mogen tegenbewijs leveren.
De rechtbank oordeelt dat de schade niet zou zijn ontstaan indien de boorkraan geborgd was geweest. De aansprakelijkheid wordt toegerekend aan de eigenaar van de vrachtwagen op grond van verkeersopvattingen en het Voertuigreglement. De zaak wordt aangehouden voor het leveren van tegenbewijs en het horen van getuigen, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: De rechtbank acht de aansprakelijkheid van de vrachtwageneigenaar voorshands bewezen maar staat toe dat tegenbewijs wordt geleverd over de borging van de boorkraan.