ECLI:NL:RBZLY:2006:BA8928
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.A. Ariëns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onaanvaardbaarheid boetebeding bij vervroegde aflossing krediet
Eisers, een vennootschap onder firma die een scheepvaartonderneming drijft, vorderden terugbetaling van een boete van EUR 104.000,-- die zij aan ING Bank betaalden wegens vervroegde aflossing van een krediet. Eisers stelden dat de bank onredelijk en in strijd met haar zorgplicht handelde door aanvullende zekerheden te eisen, waaronder hoofdelijke aansprakelijkheidsverklaringen van vennoten van exploitatievennootschappen.
De bank voerde verweer dat het boetebeding in artikel 6 van Pro het Clausuleblad rechtsgeldig is en dat zij op grond van gewijzigde kredietomstandigheden nieuwe zekerheden mocht verlangen. De rechtbank oordeelde dat het boetebeding inderdaad onder artikel 6:91 BW Pro valt en dat de bank het recht had om aanvullende zekerheden te eisen vanwege onvoldoende dekking en solvabiliteit.
De rechtbank nam mee dat eisers geen poging hadden gedaan om alternatieve zekerheden te verkrijgen of andere financiering te zoeken en dat de stelling dat de aanvullende zekerheden onredelijk bezwarend waren onvoldoende was onderbouwd. Daarom wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde eisers in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eisers in de proceskosten.