ECLI:NL:RBZLY:2007:AZ9427
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.I. Lammertsma-van der Heij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding proceskosten rechtsbijstand bij faillissementsaanvraag
Eiser, werkzaam als chauffeur bij een werkgever die failliet werd verklaard, verzocht het UWV om vergoeding van kosten van rechtsbijstand ad € 840,50, gemaakt in verband met een faillissementsaanvraag. Het UWV weigerde deze vergoeding omdat de kosten feitelijk door een vakbond (de Bond) werden gedragen en niet ten laste van eiser kwamen. Eiser tekende bezwaar en beroep aan tegen deze weigering.
De rechtbank oordeelde dat proceskosten in het kader van een faillissementsaanvraag slechts kunnen worden overgenomen als deze kosten rechtens door de werkgever aan de werknemer zijn verschuldigd en niet door een derde worden gedragen. Aangezien de Bond de kosten droeg en er geen proceskostenveroordeling was, was er geen grond voor vergoeding. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat in gelijke gevallen anders werd beslist.
De rechtbank concludeerde dat het beleid van het UWV om dergelijke kosten slechts in beperkte mate te vergoeden, ook in dit geval terecht werd toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het UWV om proceskosten te vergoeden wordt ongegrond verklaard.