ECLI:NL:RBZLY:2007:BA1780
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H. Canté
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding wegens wanprestatie huurovereenkomst met hennepplantage en brandschade
Eiser vordert schadevergoeding wegens wanprestatie door gedaagde, die een woning huurde waarin een hennepplantage werd geëxploiteerd en brand uitbrak. Gedaagde werd strafrechtelijk veroordeeld voor betrokkenheid bij de hennepplantage. Eiser baseert zijn vordering op de huurovereenkomst, maar gedaagde betwist dat eiser verhuurder is, omdat de zoon van eiser als verhuurder staat vermeld.
Eerder werd een vordering van de zoon tegen gedaagde afgewezen wegens onduidelijkheid over zijn verhuurbevoegdheid en geleden schade. Eiser heeft een akte van cessie overgelegd waarin de zoon zijn vordering overdraagt aan eiser, maar de kantonrechter oordeelt dat dit niet afdoet aan de eerdere afwijzing en dat partijen het eens zijn dat geen huurovereenkomst tussen hen is gesloten.
De kantonrechter stelt vast dat eiser zijn vordering niet kan baseren op wanprestatie uit de huurovereenkomst, maar alleen op onrechtmatige daad. Gezien de hoogte van de vordering is de kantonrechter onbevoegd en is de zaak ambtshalve te verwijzen naar de civiele sector. Partijen krijgen eerst gelegenheid zich hierover uit te laten voordat de verwijzing definitief wordt.
Uitkomst: De kantonrechter verwijst de zaak ambtshalve naar de civiele sector wegens onbevoegdheid.