ECLI:NL:RBZLY:2007:BA2519
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek pleegouders tot benoeming bijzondere curator in OTS-procedure
Pleegouders hebben bij de rechtbank Zwolle-Lelystad een verzoek ingediend tot benoeming van een bijzondere curator voor een 9-jarige minderjarige die bij hen woont, in het kader van een lopende ondertoezichtstelling (OTS)-procedure. De moeder van het kind is met het gezag belast en wenst de ondertoezichtstelling vanwege gedragsproblemen van het kind, terwijl de pleegouders dit afwijzen en het kind bij hen willen houden zonder behandeling.
De kinderrechter heeft reeds een ondertoezichtstelling van zes maanden uitgesproken, waarbij het belang van het kind als uitgangspunt is genomen. De rechtbank toetst het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator aan artikel 1:250 BW Pro, dat vereist dat er een tegenstrijdig belang bestaat tussen de gezagsdrager en het kind en dat de benoeming noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelt dat er geen tegenstrijdig belang bestaat tussen moeder en het kind, aangezien de kinderrechter het belang van het kind heeft gewogen en de OTS heeft uitgesproken. Ook acht de rechtbank de benoeming van een bijzondere curator niet noodzakelijk, omdat de kinderrechter zelf met het kind kan spreken en de procedure al loopt sinds begin januari 2007.
Daarom wijst de kantonrechter het verzoek van de pleegouders af. Een mondelinge behandeling van het verzoek vond niet plaats omdat verzoekers dit niet noodzakelijk achtten.
Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen wegens het ontbreken van een tegenstrijdig belang en het ontbreken van noodzaak.