ECLI:NL:RBZLY:2007:BA5076
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechthebbende van grafrecht: dochter boven weduwnaar en erfgenaam
De zaak betreft een geschil over het rechthebbende zijn van het grafrecht op het graf van mevrouw [eisers echtgenote]. [Eiser], de weduwnaar en erfgenaam op grond van testament, vordert dat hij als enige rechthebbende wordt erkend. De dochters, waaronder [gedaagde], hebben het grafrecht aangevraagd en verkregen van de gemeente [plaats].
De rechtbank stelt vast dat het recht op het graf een beperkt zakelijk recht is dat uitsluitend schriftelijk kan worden gevestigd volgens artikel 28 van Pro de Wet op de lijkbezorging. De gemeente heeft het grafrecht schriftelijk aan [gedaagde] verleend. Het feit dat de begrafeniskosten zijn betaald uit het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten leidt niet tot het ontstaan van een recht op het graf voor [eiser].
De rechtbank wijst de vordering van [eiser] af en veroordeelt hem in de proceskosten. Hiermee bevestigt de rechtbank dat de dochter als aanvrager en houder van het grafrecht de rechthebbende is, boven de weduwnaar en erfgenaam.
Uitkomst: De vordering van de weduwnaar om als enige rechthebbende van het grafrecht te worden erkend, wordt afgewezen.